Noodkreet wijnbar aan Linnaeusstraat leidt tot unaniem advies voor eenvoudiger nadeelcompensatie
De stadsdeelcommissie Oost wil dat ondernemers die omzet verliezen door gemeentelijke werkzaamheden gemakkelijker compensatie kunnen aanvragen. Het advies, ingediend door D66, VVD en DENK, gaat naar de gemeenteraad.
De noodkreet van een horecaondernemer aan de Linnaeusstraat krijgt een politiek vervolg. De stadsdeelcommissie Oost heeft dinsdagavond unaniem een advies aangenomen om de aanvraagprocedure voor nadeelcompensatie bij gemeentelijke werkzaamheden te vereenvoudigen. D66, VVD en DENK namen het initiatief. Het advies gaat naar de gemeenteraad, die zich over de stedelijke regeling kan buigen.
In juni sprak Jens Bos, mede-eigenaar van wijnbar Rayleigh & Ramsay Oost, de stadsdeelcommissie toe. Door de werkzaamheden aan de Linnaeusstraat en Wijttenbachstraat zag zijn onderneming de omzet met 60 tot 70 procent teruglopen. Tegelijk bleek het bijzonder lastig om voor compensatie in aanmerking te komen. Vooral het ontbreken van omzetcijfers over meerdere jaren vormde een probleem voor de relatief nieuwe wijnbar. Lees ook ons eerdere verhaal over de wijnbar.
Zijn verhaal maakte indruk op de commissieleden. Marius Ceulen (D66) en Niels van der Sangen (VVD) gingen na de vergadering bij de ondernemers langs. Samen met Anissa Amraoui (DENK) dienden zij een advies in om de aanvraagprocedure toegankelijker te maken.
Driehonderd euro om aanvraag te starten
Ceulen besloot zelf de aanvraagprocedure te doorlopen en ontdekte verschillende knelpunten. Zo kost het indienen van een aanvraag 300 euro. Ondernemers krijgen dat bedrag alleen terug als de gemeente de aanvraag geheel of gedeeltelijk toekent. Daarnaast vindt hij het taalgebruik ingewikkeld en de procedure onvoldoende duidelijk.
Volgens Ceulen ervaren ondernemers de gemeente daardoor niet als een bondgenoot, maar als een instantie die op grote afstand staat. Juist wanneer zij door gemeentelijke werkzaamheden inkomsten mislopen, moeten zij volgens hem gemakkelijker ondersteuning kunnen krijgen.
Van der Sangen benadrukte dat het probleem veel verder reikt dan de Linnaeusstraat. Ook ondernemers elders in Amsterdam lopen tegen dezelfde regeling aan. Hij wees onder meer op de langdurige werkzaamheden aan de Postjesweg in West.
‘Het is goed dat we aan onze infrastructuur werken. Maar laten we dan wel die ondernemers eerlijk compenseren’, stelde Van der Sangen. Hij hoopt dat het advies een aanzet vormt tot herziening van de regeling.
Ook Amraoui kreeg signalen van ondernemers die door opgebroken straten klanten en inkomsten verliezen. ‘We moeten naast onze ondernemers staan en niet tegen hen’, zei ze. Volgens haar mag de gemeente ondernemers niet ook nog eens opzadelen met ingewikkelde procedures.

Discussie over startende ondernemers
De positie van startende ondernemers kreeg tijdens de vergadering bijzondere aandacht. Marten van Maastrigt (Partij voor de Dieren) pleitte ervoor dat bestaande en nieuwe ondernemers op dezelfde manier aanspraak kunnen maken op compensatie. Volgens hem mag een ondernemer niet automatisch de dupe zijn van werkzaamheden die plaatsvinden rond de start van een bedrijf.
Stadsdeelbestuurder Zeeger Ernsting plaatste daarbij juridische kanttekeningen. Bij de beoordeling van nadeelcompensatie speelt namelijk ook de voorzienbaarheid van werkzaamheden een rol. Wanneer een ondernemer bij de start van zijn bedrijf rekening kon houden met toekomstige werkzaamheden, kan dat gevolgen hebben voor het recht op compensatie.
Bovendien gebruikt de gemeente doorgaans historische omzetcijfers om de schade te berekenen. Voor jonge ondernemingen, die nog geen cijfers over meerdere jaren kunnen overleggen, levert dat extra problemen op.
Ernsting erkende dat werkzaamheden grote gevolgen kunnen hebben voor ondernemers, maar wees ook op de verbeteringen aan de openbare ruimte die daar uiteindelijk tegenover staan. De nadeelcompensatieregeling is volgens hem een stedelijke verantwoordelijkheid, waarover het college en de gemeenteraad gaan.
Advies naar de gemeenteraad
Jesse Beek (PRO) vroeg tijdens de bespreking wie het advies eigenlijk moest uitvoeren. In de oorspronkelijke versie richtten de indieners zich tot het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost, terwijl dat de stedelijke regeling niet zelfstandig kan aanpassen.
Diederick Voskuil (Volt), die tijdens de vergadering inviel, vroeg waarom de concrete knelpunten uit de gesprekken met ondernemers niet nadrukkelijker in het advies stonden. Van der Sangen antwoordde dat de indieners de discussie bewust breed wilden houden en hun bevindingen al met gemeenteraadsfracties bespraken.
Na een korte schorsing pasten de indieners het advies aan, zodat het rechtstreeks aan de gemeenteraad is gericht. Vervolgens nam de stadsdeelcommissie het voorstel unaniem aan.
Daarmee krijgt het verhaal van Rayleigh & Ramsay Oost een vervolg op stedelijk niveau. Het advies vraagt om een eenvoudigere aanvraagprocedure voor bestaande én startende ondernemers. Of de gemeenteraad de regeling daadwerkelijk gaat aanpassen, moet nog blijken.