‹ Terug naar voorpagina Mensen van Oost · Portret

Zeeger Ernsting: 'Een stad beleef je op straat'

Van vijftig nieuwe bomen aan de Linnaeusstraat tot de discussie over vergroening op het Dapperplein en de toekomst van Parknest na de brand: stadsdeelbestuurder Zeeger Ernsting praat over de fysieke opgaven voor Oost de komende vier jaar, en over verkeersveiligheid voor fietsende kinderen. Zijn rode draad: 'Een stad beleef je op straat.'

Stadsdeelbestuurder Zeeger Ernsting in gesprek met buurtbewoners op straat, met een boeket bloemen in de hand Foto: Stadsdeel Oost (aangeleverd)
Arie Martijn Schenk
18 september 2026 · 9 min leestijd

Meer woningen, meer bewoners en tegelijkertijd behoefte aan groen, ruimte om elkaar te ontmoeten en veilige straten. Stadsdeelbestuurder Zeeger Ernsting ziet daarin een van de grote opgaven voor Oost in de komende vier jaar. Zijn portefeuille groeide deze bestuursperiode flink. Toch ziet hij vooral samenhang. ‘Een stad beleef je vooral op straat.’

De portefeuille van Zeeger Ernsting bestrijkt een groot deel van de fysieke leefomgeving in Oost. Openbare ruimte, en groen zaten al in zijn pakket. Daar kwamen onder meer gebiedsontwikkeling, wonen, bouwen, ruimtelijke ordening en kunst en cultuur bij.

Een flinke klus, erkent hij, maar tegelijkertijd passen de onderwerpen volgens hem logisch bij elkaar. ‘Het gaat allemaal heel erg over die fysieke sector: stenen en de openbare ruimte. En ik denk dat dat ook heel erg bij elkaar hoort.’

Zijn uitgangspunt komt mede voort uit de buurt waar hij zelf al lange tijd woont: de Nieuwmarktbuurt. Daar veranderde decennia geleden het denken over de inrichting van de stad. Ernsting verwijst naar het gedachtegoed van de compacte stad en een oude leus uit de buurt: een stad waarin mensen dichtbij en door elkaar kunnen wonen, werken, leren en spelen.

‘Het gaat heel erg over een diverse stad waar je verschillende functies hebt, waar winkels dichtbij zijn, waar instellingen dichtbij zijn en waar ruimte is om elkaar op straat te ontmoeten. Dat is altijd een beetje mijn kompas geweest in het denken over de stad.’

Verdichten én vergroenen

Dat kompas moet ook richting geven aan de verdere ontwikkeling van Oost. Het stadsdeel groeit en op veel plekken komen woningen bij binnen het bestaande stedelijke gebied. Ernsting noemt onder meer Overamstel en Zeeburgereiland. Alleen op IJburg en Strandeiland breidt de stad zich nog letterlijk uit.

Meer bewoners betekent volgens hem tegelijkertijd een grotere behoefte aan openbare ruimte en groen. ‘Die verdichting moet hand in hand gaan met wat in de omgevingsvisie rigoureuze vergroening wordt genoemd.’

Een zichtbaar voorbeeld ligt aan de Linnaeusstraat. Bij de herinrichting komen volgens Ernsting ongeveer vijftig nieuwe bomen. Niet in bakken, maar in de volle grond, zodat ze kunnen uitgroeien. ‘Het was natuurlijk ooit echt een groene laan, maar de laatste dertig, veertig jaar waren er bijna geen bomen meer. Ik ben blij dat er nu ruimte is gevonden voor vijftig nieuwe bomen.’

Ook elders in Oost wil hij zoeken naar mogelijkheden om bomen en groenvakken toe te voegen. Daarnaast kijkt hij naar minder voor de hand liggende oplossingen, zoals gevelgroen. Bewoners benaderen hem volgens Ernsting soms omdat zij graag klimop of andere verticale begroeiing willen, maar hun verhuurder daar terughoudend tegenover staat.

Groen is daarbij voor hem niet alleen een kwestie van uitstraling. Warme zomers maken volgens Ernsting duidelijk hoe belangrijk schaduw en verkoeling in de stad zijn.

Tegelijkertijd strijden steeds meer functies om dezelfde vierkante meters. ‘Waar ik al langer mee bezig ben, is meer ruimte vinden voor mensen en wat minder ruimte, bijvoorbeeld, voor de auto. Het gaat mij er niet om alles weg te pesten, maar om een eerlijke verdeling van de ruimte: voor mensen te voet of op de fiets, voor extra vergroening en bijvoorbeeld meer schaduw.’

Een nieuwe buurt moet meer zijn dan woningen

Zeeger Ernsting knipt samen met twee kinderen het lint door bij de opening van een nieuw basketbalveld

Ook bij nieuwe gebiedsontwikkelingen wil Ernsting die verschillende functies vanaf het begin bij elkaar brengen. Hij wijst op de Baaibuurt op Zeeburgereiland. Daar ligt een plan voor een nieuwe woonbuurt waarin niet alleen woningen, maar ook de onderste verdiepingen van gebouwen een belangrijke rol spelen.

Juist in die zogenoemde plinten moeten winkels, publieksfuncties, ateliers en andere voorzieningen een plek krijgen. Dat is volgens Ernsting extra belangrijk omdat in het gebied nu al veel creatieve bedrijvigheid zit.

‘We vinden het belangrijk dat die bedrijvigheid en die culturele bedrijvigheid zich daar kunnen vestigen. Zo proberen we de gebiedsontwikkeling vorm te geven.’

De Sluisbuurt laat ondertussen zien dat de praktijk weerbarstiger kan zijn. Bewoners klaagden eerder over het gebrek aan voorzieningen in de nieuwe wijk. Ernsting begrijpt die kritiek. ‘Het is natuurlijk een buurt die nog volop in ontwikkeling is. Er zijn al enkele panden opgeleverd en er is een hogeschool, maar verder is er nog heel weinig.’

Het probleem zit volgens hem vaak in verschillende tempo’s. Woningen zijn soms al klaar terwijl winkels en voorzieningen nog moeten volgen. Hij verwijst naar de eerste jaren van IJburg, waar bewoners al woonden terwijl voorzieningen nog beperkt waren.

‘Soms lopen die tempo’s net iets anders dan je idealiter zou willen. Dan is het goed als mensen zeggen: hoor eens even, wij hebben die supermarkt nu nodig. Je kunt dat niet altijd meteen oplossen, maar het laat wel zien hoe betrokken de nieuwe inwoners al bij hun nieuwe buurt zijn.’

Dapperplein: zoeken naar balans

Hoe verschillende belangen in de openbare ruimte kunnen botsen, bleek onlangs opnieuw op het Dapperplein. Een ondernemer sprak in bij de stadsdeelcommissie over de gevolgen van de geplande vergroening voor zijn terras.

Ernsting benadrukt dat de wens om het plein groener te maken juist uit de buurt zelf voortkwam. Een aantal kansrijke locaties in de Dapperbuurt werd eerder aan bewoners voorgelegd. Het Dapperplein eindigde hoog. ‘We kregen vanuit de buurt veel signalen dat het plein niet prettig is om te verblijven. Er is weinig groen, het is erg stenig en in de zomer heel heet.’

Maar vergroening is volgens hem niet het enige belang. Het plein ligt naast de Dappermarkt, ondernemers willen ruimte voor terrassen en bezoekers moeten gemakkelijk door het gebied kunnen lopen.

Na inspraak is het groenplan daarom al iets aangepast. ‘We hebben de vergroening iets teruggebracht, zodat er meer mogelijk is aan terras dan alleen langs de gevel.’

Daarmee is de discussie nog niet afgerond. Voor de horeca rond het plein moet volgens Ernsting naar het geheel worden gekeken. ‘Dan moet je niet naar één ondernemer kijken, maar naar alle horecaondernemers die daar zitten. Misschien moet er een terrassenplan komen.’

Dat groen en levendigheid elkaar niet hoeven uit te sluiten, staat voor hem vast. Een sfeervol terras onder de bomen? ‘Ja, bijvoorbeeld.’

Parknest: ‘Een heel interessant model’

Een andere actuele kwestie ligt in het Flevopark. Over Parknest spraken betrokkenen de afgelopen vergaderingen meerdere keren in bij de stadsdeelcommissie. Na de brand ontstond opnieuw discussie over de toekomst van de plek.

Ernsting zegt dat hij de juridische achtergrond op dit moment laat uitzoeken. De situatie is ingewikkeld. De eerdere erfpachter exploiteerde er een pannenkoekenrestaurant, maar verdween volgens Ernsting enkele jaren geleden uit beeld en betaalde geen erfpacht meer. Daarna zette de gemeente een traject in om de locatie opnieuw in erfpacht uit te geven.

In de tussentijd ontstond op de plek Parknest. ‘Daar is een heel leuk en mooi buurtinitiatief uit voortgekomen. Dat verhoudt zich natuurlijk moeilijk tot het traject dat we al waren ingeslagen. Dus ik ben aan het kijken wat de mogelijkheden zijn.’

Een uitspraak over de uiteindelijke oplossing wil hij nog niet doen. Wel spreekt hij duidelijk zijn waardering uit voor wat rond Parknest ontstond. ‘Wat ik merk, is dat zo’n buurtinitiatief ontzettend veel draagvlak heeft en ook echt iets biedt.’

Vooral het principe waarbij bezoekers naar draagkracht bijdragen spreekt hem aan. Wie weinig te besteden heeft, betaalt weinig of niets; anderen kunnen meer doneren. ‘Ik vind dat een heel interessant model, waarbij inclusiviteit echt vooropstaat.’

Bewoners die zich hun park toe-eigenen

De betrokkenheid rond Parknest staat niet op zichzelf. Rond vrijwel alle parken in Oost zijn bewoners actief, ziet Ernsting. Zijn voorganger Jan-Bert Vroege startte een traject om voor de verschillende parken naar de ontwikkeling op langere termijn te kijken. Daarbij spelen onderwerpen als biodiversiteit, recreatie, spelen en ruimte voor jongeren.

Ernsting wil dat voortzetten. De actieve bewonersgroepen rond de parken ziet hij daarbij als belangrijke gesprekspartner. ‘Ik prijs me gelukkig dat ongeveer elk park een soort vriendenvereniging heeft. Daarmee kun je dat gesprek heel goed voeren.’

Dat betekent niet dat gemeente en bewoners altijd dezelfde keuzes maken. Er kunnen discussies ontstaan over geld, natuurwaarden of evenementen. Toch ziet Ernsting vooral de betrokkenheid. ‘Ook al ben je het niet met elkaar eens en sta je soms tegenover elkaar, ik ben blij met de betrokken bewoners van Oost die zich voor die groene plekken inzetten.’

Die inzet ziet hij veel breder terug. Hij noemt buurttuinen, bewonersgroepen en het Indische Buurt Festival, waar tientallen initiatieven zich presenteren. Het bestuurlijke werk veranderde daardoor ook zijn eigen blik. ‘Ik kom uit een gemeenteraad waarin je ook een beetje altijd de tegenstellingen opzoekt. Dat is nuttig en hoort bij zo’n gemeenteraad. Maar in dit werk kom ik juist heel veel saamhorigheid tegen, mensen die samen mooie dingen proberen te maken.’

Kunst en cultuur nog in ontwikkeling

Kunst en cultuur is nieuw in zijn portefeuille. Voor een uitgewerkte agenda vindt Ernsting het nog te vroeg. Rond de jaarwisseling wil hij daar meer richting aan geven, mede op basis van de uitwerking van het stedelijke coalitieakkoord en gesprekken met de stadsdeelcommissie en het college.

Veiliger door Oost

Zeeger Ernsting spreekt een groep kinderen toe die met fietsen en oranje hesjes klaarstaan voor een verkeersexamen

Gevraagd naar iets wat over vier jaar zichtbaar moet zijn, komt Ernsting uiteindelijk toch weer uit bij de straat. De Linnaeusstraat is een concreet voorbeeld. Hij verwacht daar straks meer ruimte voor voetgangers, toegankelijke tramhaltes en veel extra groen. Maar hij wil niet één project aanwijzen waarop zijn bestuursperiode straks moet worden afgerekend.

Verkeersveiligheid staat daarbij hoog op zijn lijst. ‘Ik vind het echt absurd dat als je kind op zijn twaalfde voor het eerst zelfstandig op de fiets naar de middelbare school gaat, je je zorgen moet maken over zijn veiligheid. Dat is niet de bedoeling in een stad.’

Hij noemt verschillende plekken waar al maatregelen zijn genomen of plannen lopen. Op de Bert Haanstrakade op IJburg zijn drie kruispunten verhoogd. Bij Kruislaan en Radioweg kwam een veiliger ingerichte kruising. Ook bij het Oosterpark wil hij een gevaarlijk punt aanpakken.

De opkomst van snelle elektrische fietsen maakt de discussie ingewikkelder. De snelheidsverschillen op smalle fietspaden lopen volgens Ernsting steeds verder op. Hij denkt daarom dat Amsterdam op termijn opnieuw moet kijken naar de verdeling tussen rijbaan en fietspad.

Op wegen waar auto’s maximaal 30 kilometer per uur rijden, zouden snellere fietsers, zoals elektrische fietsen en fatbikes volgens hem vaker met het autoverkeer kunnen mengen, terwijl fietspaden meer ruimte bieden aan langzamere fietsers. ‘Zover is het nog lang niet, maar ik denk wel dat dat de denkrichting is waar we naartoe moeten.’

En als hij over vier jaar terugkijkt? Dan hoopt Ernsting niet één grote ingreep aan te kunnen wijzen, maar veel verschillende plekken in Oost. Straten met meer bomen, veiligere kruispunten, buurten met voorzieningen en plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Want uiteindelijk komt voor hem bijna zijn hele portefeuille daar samen. ‘Een stad beleef je op straat.’

Zeeger ErnstingStadsdeel OostOpenbare ruimteGroenParknestDapperpleinVerkeersveiligheid

Lees ook