Van der Horst blijft achter besluit om hogere kosten Oostbrug niet te delen
Voormalig verkeerswethouder Melanie van der Horst (D66) blijft achter haar besluit om de sterk gestegen kostenraming voor de Oostbrug niet vóór de gemeenteraadsverkiezingen met de raad te delen. In de Commissie Mobiliteit kreeg zij donderdag kritiek van een groot deel van de oppositie; haar opvolger Elise Moeskops verdedigde de keuze.
Voormalig verkeerswethouder Melanie van der Horst (D66) blijft achter haar besluit om de sterk gestegen kostenraming voor de Oostbrug niet vóór de gemeenteraadsverkiezingen met de raad te delen. Tijdens een fel debat in de Commissie Mobiliteit kreeg zij donderdag kritiek van een groot deel van de oppositie. Ook haar opvolger Elise Moeskops (D66) verdedigde de keuze. Volgens beide wethouders was de raming op dat moment nog onvoldoende uitgewerkt om openbaar te maken.
Aanleiding voor het debat was onderzoek van AT5 op basis van Woo-stukken. Daaruit bleek dat Van der Horst ruim voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart wist dat de Oostbrug aanzienlijk duurder kon uitvallen. Lange tijd ging de gemeente uit van ongeveer 325 miljoen euro. In februari lag bij de wethouder inmiddels een bandbreedte van 650 tot 850 miljoen euro op tafel.
De gemeenteraad kreeg die bedragen niet. In officiële stukken bleef de gemeente het oude bedrag gebruiken, met daarbij de melding dat de kosten waarschijnlijk hoger zouden uitvallen. Uit de openbaar gemaakte stukken blijkt bovendien dat bij het besluit om geen afzonderlijke voortgangsrapportage naar de raad te sturen expliciet naar de verkiezingen werd verwezen.

Beeld: Gemeente Amsterdam
‘Tussenstand van een tussenraming’
De huidige verkeerswethouder Elise Moeskops verdedigde donderdag de gevolgde werkwijze. Volgens haar ging het om een voorlopige raming waar nog veel onzekerheden omheen zaten. Onder meer een externe review, gesprekken met het Rijk en onderzoek naar mogelijke besparingen liepen nog.
Volgens Moeskops was de raming daarom ‘echt nog niet rijp om te delen’. Zij waarschuwde ook dat te vroeg publiceren van bedragen de onderhandelingspositie van de gemeente kan schaden. Als marktpartijen weten welk bedrag Amsterdam mogelijk bereid is uit te geven, kan dat uiteindelijk ten koste gaan van belastinggeld, betoogde ze.
Moeskops ging tijdens het debat nog een stap verder. ‘In een ideale wereld […] had ik liever gehad dat deze bedragen nog niet bekend waren bij de raad’, zei ze. Een wethouder moet volgens haar achter een raming kunnen staan voordat die openbaar op tafel komt. Tegelijkertijd erkende ze dat het uiteindelijk goed is dat de bedragen tijdens de coalitieonderhandelingen beschikbaar kwamen, omdat anders later een groot financieel gat in de begroting zichtbaar zou zijn geworden.
Verkiezingen
Van der Horst weersprak dat haar dubbele rol als wethouder en D66-lijsttrekker invloed had op haar besluit. Zij zei juist te hebben gehandeld zoals zij dat bij andere grote projecten ook deed. Bij een onverwachte kostenstijging vindt zij het de taak van een wethouder om eerst te onderzoeken waar die stijging vandaan komt, welke besparingen mogelijk zijn en welke gesprekken met andere partijen nodig zijn.
‘Ik heb dus echt gehandeld zoals ik altijd heb gedaan en zoals ik ook voornemens ben om in de toekomst te handelen’, zei Van der Horst. Volgens haar zou het juist vreemd zijn geweest om vanwege de naderende verkiezingen ineens voorlopige ramingen naar buiten te brengen terwijl onderzoeken nog liepen.
Dat overtuigde verschillende partijen niet. VVD’er Daan Wijnants wees erop dat de gemeente in een eerdere fase van het project wel een financiële bandbreedte met de raad deelde. Volgens hem had dat nu opnieuw gekund. Hij stelde dat bij een mogelijke stijging van honderden miljoenen euro’s de raad en de Amsterdammer recht hadden op die informatie.
Ook andere oppositiepartijen, waaronder JA21, Partij voor de Dieren, DENK, CDA, Volt en SP, plaatsten vraagtekens bij de informatievoorziening. PvdD-raadslid Anna Krijger zei geschrokken te zijn van de openbaar gemaakte stukken en stelde dat Van der Horst de raad eerder had kunnen en moeten informeren.
Wat betekent ‘verkiezingen’?
Een belangrijk deel van het debat draaide om de vermelding van de verkiezingen in de ambtelijke stukken. Wijnants en andere raadsleden vroegen waarom daar expliciet staat dat ‘vanwege de verkiezingen’ geen afzonderlijke voortgangsrapportage meer naar de raad ging.
Van der Horst gaf daar een andere uitleg aan. Volgens haar betekent het woord verkiezingen voor ambtenaren iets anders dan voor politici en media. Het gaat volgens haar om een periode waarin bestuurlijke processen veranderen: er is geen gewone Voorjaarsnota, een college nadert het einde van zijn termijn en ambtenaren bereiden informatie voor de coalitieonderhandelingen voor.
Van der Horst erkende wel één punt. Achteraf had ze volgens haar duidelijker kunnen melden dat een geplande voortgangsrapportage niet verscheen en dat informatie in plaats daarvan via een andere brief naar de raad ging. Zij zag daarin echter geen reden om ook de bandbreedte van 650 tot 850 miljoen euro te delen.
Campagne-uitspraak onder vuur
De discussie verschoof vervolgens naar de verkiezingscampagne. Van der Horst presenteerde de brug toen als een belangrijk resultaat van haar wethouderschap en zei onder meer dat er geld voor de brug was geregeld.
Krijger wees erop dat de gemiddelde Amsterdamse kiezer niet alle commissievergaderingen en voortgangsrapportages volgt. Zij vroeg Van der Horst of die kiezer dan zelf had moeten begrijpen dat het beschikbare geld inmiddels waarschijnlijk onvoldoende was.
Van der Horst hield vol dat voor de verkiezingen al openbaar bekend was dat de Oostbrug duurder zou uitvallen. Zij erkende dat de toen bekende stijging niet hetzelfde was als de later openbaar geworden bandbreedte, maar vindt dat zij haar ambitie voor de brug tijdens de campagne mocht uitspreken. ‘Als we op deze manier elkaar de maat gaan nemen, dan weet ik inderdaad ook nog wel een paar’, reageerde zij.
Krijger benadrukte vervolgens dat het haar niet ging om de vraag of Van der Horst trots mocht zijn op de brug. ‘Het gaat er gewoon om het transparant informeren van de Amsterdamse kiezer op het moment dat je twee petten tegelijk op hebt.’
Coalitiepartij Pro Amsterdam verdedigde Van der Horst. De partij vindt het verdedigbaar dat eerst meer onderzoek naar de ramingen plaatsvond. D66 concludeerde na het debat eveneens dat de voormalig wethouder aan haar informatieplicht heeft voldaan.
Daarmee is de politieke discussie nog niet afgerond. Begin september praat de gemeenteraad verder over de kwestie. Partijen kunnen dan ook moties indienen en een formeel oordeel geven over de informatievoorziening rond de Oostbrug.
Bronnen: debat Commissie Mobiliteit Amsterdam, 20 augustus 2026; AT5-onderzoek en openbaar gemaakte Woo-stukken.