‹ Terug naar voorpagina Achtergrond

Tuinpark Nieuwe Levenskracht telt 364 soorten nachtvlinders

Nachtvlinders vallen tussen bloemen, vogels en andere dieren in een tuinpark niet direct op. Toch leven alleen al op Tuinpark Nieuwe Levenskracht honderden soorten. Tijdens een lezing in de kantine liet Ankie Koning zien hoe verrassend kleurrijk en gevarieerd deze verborgen wereld is.

Tuinpark Nieuwe Levenskracht telt 364 soorten nachtvlinders Foto: Arie Martijn Schenk
Arie Martijn Schenk
18 juli 2026

In de kantine van Tuinpark Nieuwe Levenskracht schoven tuinders aan voor een lezing over een dier dat de meesten van hen nog nooit goed bekeken hadden: de nachtvlinder. Aan het woord was Ankie Koning, die het gezelschap meenam in een wereld vol kleur, vorm en verrassende namen.

Ankie is lid van de Atlasgroep Biodiversiteit van de tuinparken Linnaeus en Frankendael. Zij begon zich enkele jaren geleden te verdiepen in nachtvlinders. Inmiddels staat haar lichtemmer tijdens het tuinseizoen meerdere keren per week buiten.

‘Er zijn ruim 2400 soorten nachtvlinders in Nederland,’ vertelde Ankie. ‘Er is een waanzinnige verscheidenheid in alle kleuren, vormen en formaten die je kunt ontdekken.’

Op Nieuwe Levenskracht zijn inmiddels 364 soorten nachtvlinders vastgelegd. Volgens de telling die Ankie tijdens de bijeenkomst presenteerde, gaat het om negen zeldzame en twee zeer zeldzame soorten. De teller blijft ondertussen oplopen: kort voor de lezing kwamen er nog tien waarnemingen bij.

Van uilen tot pijlstaarten

Ankie nam de aanwezigen aan de hand van veel foto’s mee langs verschillende groepen. Zo kwamen onder meer uilen, spanners, wortelboorders, pijlstaarten en tandvlinders voorbij. De namen zijn soms minstens zo bijzonder als het uiterlijk.

Tot de vaak waargenomen soorten op Nieuwe Levenskracht behoren de vogelkersstippelmot, duikermot, gewone grasmot, gewone stofuil, morpheusstofuil, zilverstreepgrasmot, groene eikenbladroller, gele tijger, grijze stipspanner en gewone worteluil. Dat er veel motten leven, is geen slecht teken. Integendeel: hun aanwezigheid wijst op een gevarieerde tuin met voldoende planten, struiken en beschutte plekken. Verschillende soorten stellen ieder hun eigen eisen aan hun leefomgeving.

Ook het verschil tussen dag- en nachtvlinders is minder duidelijk dan de naam doet vermoeden. Sommige nachtvlinders vliegen gewoon overdag. Een belangrijk herkenningspunt vormen de antennes. Dagvlinders dragen meestal een klein knopje aan het uiteinde, terwijl nachtvlinders vaak draadvormige of gekamde antennes hebben. De kammen van mannetjes kunnen extra groot zijn, zodat ze geurstoffen van vrouwtjes op grote afstand waarnemen.

Kijken in de emmer

Een groot deel van de waarnemingen komt uit een speciale led-emmer. Zodra het donker wordt, springt het licht automatisch aan. De lamp trekt nachtvlinders aan, die via een trechter tussen los neergelegde eierdozen terechtkomen. Daar zoeken ze een donkere en beschutte plek.

De volgende ochtend haalt Ankie de eierdozen voorzichtig uit de emmer. Ze bekijkt alle kanten, want de vlinders zitten niet alleen tussen de dozen, maar soms ook aan de buitenkant of onder de rand.

‘Het is verslavend,’ zei ze. ‘Je wordt wakker met het idee: ik ga in de emmer kijken. Daar zit ik dan met een kop koffie bij.’

Koning fotografeert de dieren en gebruikt de app ObsIdentify om een eerste naam te vinden. Ze vertrouwt niet alleen op de automatische herkenning. Een veldgids en kenmerken zoals vleugelpatronen, lijnen en kleuren geven de doorslag. Alleen bij voldoende zekerheid plaatst ze een waarneming op Waarneming.nl. Bij bijzondere vondsten kijkt vaak ook een deskundige mee.

Na het fotograferen laat ze de dieren weer vrij. Omdat nachtvlinders overdag meestal rustig blijven zitten, lukt dat doorgaans zonder problemen. Andere manieren om ze te bekijken zijn een wit laken met een lamp of zoet stroopsel op een boomstam. Daarvoor bestaan recepten met onder meer stroop, suiker, wijn of bier.

Onmisbaar in het ecosysteem

Nachtvlinders spelen een belangrijke rol bij de bestuiving van planten. Vooral witte, gele en sterk geurende bloemen die ’s avonds opengaan, trekken ze aan. Voorbeelden zijn de avondkoekoeksbloem, teunisbloem en wilde kamperfoelie.

Daarnaast vormen nachtvlinders en hun rupsen voedsel voor vogels, vleermuizen, amfibieën en andere insecten. Een afname werkt daardoor door in het hele ecosysteem. De rups vormt bovendien een onmisbare fase in het leven van de vlinder.

‘Een rups doet in zijn leven eigenlijk niets anders dan eten, eten, eten,’ legde Ankie uit. Tijdens de groei vervelt hij meerdere keren. Daarna volgt de verpopping, waarna uiteindelijk de vlinder verschijnt. Sommige volwassen vlinders drinken nectar, andere soorten leven slechts enkele dagen en teren volledig op de reserves die ze als rups opbouwden.

Minder vaak een volle emmer

Lichtvervuiling vormt een van de grootste bedreigingen. Nachtvlinders raken gedesoriënteerd door vooral wit, blauw en ultraviolet licht. Ook het verdwijnen van leefgebieden, intensieve landbouw en pesticiden zetten de populaties onder druk.

Ankie merkt de achteruitgang inmiddels in haar eigen emmer. ‘Ik doe dit nu voor het vijfde jaar en merk echt verschil. Het komt soms voor dat er weinig of niets in zit. Het neemt af de afgelopen vijf jaar.’

Tuinparken kunnen volgens haar juist veel betekenen. Ze adviseert om inheemse struiken en bomen te planten en gedurende het hele jaar nectar aan te bieden. Wilgen, eiken, berken en sporkehout zijn waardevolle soorten. Klimop verdient extra aandacht, omdat de late bloemen voedsel leveren aan nachtvlinders die zich voor een lange trektocht moeten opvetten.

Ook gefaseerd maaien, een wilde hoek laten staan, blad en stengels niet te snel opruimen en kunstlicht beperken helpt. Chemische bestrijdingsmiddelen kunnen beter helemaal uit de tuin verdwijnen.

Koning besloot de lezing met een oproep die verder gaat dan het bewonderen van mooie vleugels: ‘Als je van vlinders en nachtvlinders houdt en weet hoe belangrijk ze zijn, houd dan ook van hun rupsen. Dat is eigenlijk het allerbelangrijkste.’

Lees ook