Pride and Sports: 'De vlag is het slotstuk, niet het begin'
Met de Pride Run in Science Park en LoveSwim aan de Amstel staan twee bekende queer-sportevenementen in Amsterdam-Oost voor de deur. Voorzitter Jan Pieter de Lugt en secretaris Niels Wolf van Stichting Pride and Sports vertellen waarom inclusie veel verder gaat dan een regenboogvlag. 'Als je eenmaal ziet wat het voor mensen betekent, wil je nooit meer anders.'
Bij Stichting Pride and Sports staat een doos met medailles klaar. Een vrijwilliger van de Pride Run komt ze ophalen, vertelt secretaris Niels Wolf. Op zondag 19 juli klinkt bij Café Restaurant Polder in Science Park het startschot voor de 27e Amsterdam Pride Run. Deelnemers kunnen hardlopen over vijf, tien of vijftien kilometer of aansluiten bij de wandeling van vijf kilometer. De routes voeren onder meer door het Flevopark en langs het Amsterdam-Rijnkanaal.


Enkele dagen later, op vrijdag 24 juli, volgt LoveSwim bij Roeicentrum TopRow aan de Weesperzijde, vlak bij de Berlagebrug. Het openwaterzwemevenement viert dit jaar zijn tiende editie. Zwemmers, bezoekers en artiesten komen daar samen tijdens een speciale WorldPride-editie.

De evenementen laten volgens Wolf en voorzitter Jan Pieter de Lugt zien wat er kan ontstaan wanneer sport, ontmoeting en de lhbtiq+-gemeenschap samenkomen. Tegelijkertijd waarschuwen zij dat inclusie niet beperkt mag blijven tot een evenement tijdens Pride.

De wortels liggen bij Amsterdamse sportclubs
Stichting Pride and Sports bestaat bijna tien jaar en werkt over de grenzen van afzonderlijke sporten heen. De organisatie brengt sporters en clubs bij elkaar, organiseert activiteiten, deelt kennis en probeert ook reguliere sportverenigingen te inspireren.
De Amsterdamse wortels van de stichting lopen onder meer via volleybalvereniging Netzo, die haar wedstrijden en trainingen in Sporthal Zeeburg aan de Insulindeweg organiseert. In 2015 nam toenmalig Netzo-voorzitter Tim Dekkers het initiatief om Amsterdamse lhbtiq+-sportclubs intensiever te laten samenwerken. Uit dat netwerk ontstond eerst Amsterdam Pride & Sports en in mei 2017 de landelijke stichting.
Het contact met Netzo is nog steeds goed. Spelers van de volleybalvereniging sloten aan bij Team Netherlands tijdens de Gay Games in Valencia en waren onlangs ook aanwezig bij de Queer Sport Social in het Westerpark.
‘Met Netzo hebben we goed contact,’ zegt De Lugt. ‘Ze waren erbij in Valencia en afgelopen zondag ook in het Westerpark.’
Tijdens de Queer Sport Social konden bezoekers kennismaken met ongeveer twintig verschillende sporten. Niet alleen de deelnemers ontmoetten elkaar. Ook bestuurders en vrijwilligers van verschillende sportverenigingen wisselden kennis en ervaringen uit.
‘Het mes snijdt aan twee kanten,’ zegt De Lugt. ‘Sporters ontdekken een nieuwe sport en de verenigingen leren andere groepen en andere clubs kennen.’
Geen losstaand Pride-project
Een zichtbare actie is snel georganiseerd. Een vlag kan aan het clubhuis worden gehangen, een bericht op sociale media geplaatst en een Pride-activiteit ingepland. Maar wanneer er binnen de vereniging niets verandert aan beleid, omgangsvormen en de begeleiding van leden, blijft het volgens Pride and Sports vooral symboliek.
‘Ik heb liever geen vlag dan een vlag die helemaal niets betekent,’ zegt De Lugt. ‘De regenboogvlag is voor mij het slotstuk van een proces dat misschien wel vijf jaar kan duren.’
Werkelijke inclusie begint met een bewuste keuze. Niet met de vraag welke actie een club tijdens Pride kan organiseren, maar met de fundamentelere vraag welke vereniging zij wil zijn.
‘Inclusie is geen moetje,’ zegt Wolf. ‘Het is eigenlijk de zuurstof voor je club. Ook als je als vereniging wilt groeien.’
Volgens Wolf zijn succesvolle verenigingen vaak clubs die laagdrempelig zijn en waar verschillende mensen zich thuis kunnen voelen. Wie tijdens het sporten steeds het gevoel krijgt zich te moeten verdedigen of niet werkelijk bij de groep te horen, zoekt uiteindelijk een andere plek.
Dat verklaart volgens Pride and Sports mede waarom veel specifieke lhbtiq+-sportverenigingen en sportgroepen groeien. Zij bieden mensen een omgeving waarin zij niet steeds hoeven uit te leggen wie ze zijn. Die behoefte neemt volgens de bestuurders toe nu polarisatie en politieke discussies ook op sportvelden en binnen verenigingen doordringen.
‘Sporten is voor veel mensen het leukste moment van de week,’ zegt De Lugt. ‘Dan wil je dat ook zo beleven. Je wilt naar een plek gaan waar je je echt thuis voelt.’
De discussie over trans en non-binaire sporters vraagt volgens de organisatie bijzondere aandacht. Het onderwerp leidt ook binnen lhbtiq+-sportclubs tot vragen en soms tot weerstand. Goede informatie en een open gesprek zijn noodzakelijk, maar individuele sporters mogen niet het onderwerp van een gepolariseerde discussie worden.
Wat voor club willen wij zijn?
Bestuurders hoeven volgens Pride and Sports niet onmiddellijk alle antwoorden te kennen. Ze moeten wel bereid zijn het onderwerp serieus te onderzoeken en binnen de vereniging bespreekbaar te maken.
‘De eerste vraag is: wat voor club willen wij zijn?,’ zegt De Lugt. ‘Daar begint het mee. Vervolgens moet je kijken wat die keuze betekent voor je beleid, je gedragsregels en de manier waarop je met elkaar omgaat.’
Een inclusieve visie krijgt pas waarde wanneer die zichtbaar is in de dagelijkse praktijk. Bijvoorbeeld in de ontvangst van nieuwe leden, de vragen op het inschrijfformulier, de taal in de clubcommunicatie en het optreden tegen ongewenste opmerkingen.
Ook de algemene ledenvergadering kan een plaats zijn om het onderwerp te bespreken. Pride and Sports wil verenigingen helpen zo’n gesprek te voeren en kan adviseren over deskundigen of ervaringsdeskundigen die daarbij kunnen aansluiten.
De Lugt en Wolf benadrukken dat weerstand niet automatisch betekent dat een vereniging het onderwerp moet vermijden. Een kleine maar luidruchtige groep kan binnen een club veel aandacht opeisen, terwijl een grotere groep leden zich niet of nauwelijks laat horen.
Het bestuur moet daarom niet alleen reageren op degene die het hardst roept. Het moet nagaan wat er werkelijk binnen de vereniging leeft, betrouwbare informatie aanbieden en duidelijk zijn over de grenzen van het gesprek. Vragen en verschillen van inzicht mogen bestaan, maar discriminatie en persoonlijke aanvallen mogen niet als een gewone mening worden behandeld.
De trainer ziet wat er in een team gebeurt
Pride and Sports onderscheidt binnen een vereniging drie belangrijke groepen: bestuurders, trainers en coaches, en de leden en ouders. Zij hebben ieder een andere rol en daardoor ook andere vragen.
Bestuurders willen weten hoe ze een visie kunnen vastleggen, hoe gedragsregels worden ingevoerd en hoe ze met weerstand kunnen omgaan. Trainers willen vooral een goede training verzorgen en hun sporters beter maken. Ouders en leden kijken naar wat de beslissingen in de dagelijkse praktijk voor hen betekenen.
‘Trainers willen hun sporters zo goed mogelijk begeleiden,’ zegt De Lugt. ‘Als je laat zien wat zij binnen een gewone training kunnen doen, merken ze: ik heb hier invloed op.’
Dat wordt concreet wanneer een jonge sporter vertelt non-binair te zijn, net uit de kast komt of zichtbaar geraakt wordt door opmerkingen van teamgenoten. Een trainer hoeft dan niet onmiddellijk alle antwoorden te kennen. Wel moet die signalen herkennen, ruimte bieden voor een gesprek, grenzen stellen aan ongewenst gedrag en weten waar binnen de club ondersteuning te vinden is.
Daar sluit de toolkit The trainer spots the difference op aan. Het magazine gaat niet alleen over openlijke discriminatie, maar juist over subtiele en vaak onbedoelde uitsluiting. Denk aan niet gekozen worden, uitgelachen worden, achteloze opmerkingen of het gevoel niet helemaal bij het team te horen.
De toolkit bevat praktische werkvormen rond kennismaken, gezamenlijk teamregels opstellen, feedback geven, grenzen aangeven en ingrijpen bij uitsluiting. Ook de relatie met ouders en het herstellen van het gesprek na een conflict krijgen aandacht. De oefeningen helpen trainers een groep te creëren waarin sporters zich gezien en gewaardeerd voelen.
De trainer kan daarin veel betekenen, maar moet wel steun krijgen van de rest van de vereniging. Wanneer een bestuur inclusie belangrijk zegt te vinden, maar trainers niet informeert of begeleidt, blijft het beleid losstaan van de sportpraktijk. De gekozen visie vraagt daarom voortdurend aandacht en onderhoud.
Eén team van verschillende sporten
Pride and Sports kent geen formeel verenigingslidmaatschap. In de clubfinder staan inmiddels rond de 170 sportverenigingen en vaste sportgroepen. Dat kunnen traditionele clubs zijn, maar ook urban-sportgroepen die regelmatig samenkomen en zich vooral via sociale media organiseren.
Die brede benadering past bij de sportoverstijgende rol van de stichting. Waar in andere landen soms voor iedere sport een afzonderlijk Pride-initiatief bestaat, probeert Pride and Sports kennis en ervaringen juist tussen verschillende sporten uit te wisselen.
Een belangrijk voorbeeld is Team Netherlands bij de Gay Games in Valencia. Meer dan vierhonderd Nederlandse lhbtiq+-sporters uit uiteenlopende sporten sloten zich aan bij de gezamenlijke delegatie. Voetballers, tennissers, rugbyers, zwemmers en andere sporters kwamen elkaar buiten zo’n evenement nauwelijks tegen.
Via een gezamenlijke WhatsApp-groep deelden de deelnemers wedstrijdprogramma’s, uitslagen en korte verslagen. Daardoor gingen sporters ook bij wedstrijden van andere Nederlandse deelnemers kijken. In het Holland House werden dagelijks tussen de twintig en dertig medaillewinnaars gehuldigd.
‘Wij vertegenwoordigen en wij inspireren,’ zegt Wolf. ‘Ook mensen uit reguliere sportclubs sloten zich aan. Zij nemen hun ervaringen vervolgens weer mee terug naar hun eigen vereniging.’
De steun van een grote sponsor gaf sporters volgens de bestuurders bovendien erkenning en zelfvertrouwen. Het ging niet alleen om kleding of faciliteiten, maar ook om het gevoel dat hun deelname ertoe deed.
Verenigingen moeten naar buiten stappen
Kleinere initiatieven kunnen eveneens een brug slaan tussen reguliere verenigingen en groepen die zij nog niet bereiken. Tijdens de Queer Sport Social in het Westerpark konden bezoekers kennismaken met sporten als volleybal, voetbal, zwemmen, handboogschieten en rollerderby.
Voor Pride and Sports was de deelname van de rollerderbyspelers betekenisvol. Ze kwamen niet doordat de stichting ze herhaaldelijk probeerde over te halen, maar meldden zichzelf aan omdat ze zich in de boodschap van het evenement herkenden.
Voor verenigingen ligt daarin een praktische les. Een club bereikt nieuwe mensen niet alleen door op de website te schrijven dat iedereen welkom is. De vereniging moet ook naar buiten stappen, andere gemeenschappen leren kennen en een laagdrempelige gelegenheid bieden om kennis te maken.
Dat kan dichtbij huis. Een open training, een gezamenlijke sportdag of samenwerking met een andere vereniging kan al voldoende zijn om mensen te bereiken die de weg naar de club anders niet snel vinden.
Inclusie leidt tot vernieuwing
De meest vergaande vorm van inclusie ontstaat wanneer niet alleen de clubcultuur, maar ook de sport zelf verandert. Dat gebeurde bij het turntoernooi tijdens de Gay Games.
Het turnen werd mixed gender georganiseerd. Deelnemers kwamen uit op toestellen die binnen de reguliere gymnastiek traditioneel als mannen- of vrouwentoestel gelden. Om de prestaties op een vergelijkbare en professionele manier te beoordelen, moest een nieuw jurysysteem worden ontwikkeld.
Pride and Sports werkte samen met de betrokken turners aan een Code of Points van ongeveer tachtig pagina’s. Vier toestellen werden volledig beschreven voor de jury, volgens de opbouw van de internationale turnfederatie FIG. Internationale juryleden pasten de regels tijdens het toernooi toe en leverden daarna aanvullende verbeterpunten aan.
De bedoeling is dat het document verder wordt aangescherpt en als internationale basis kan dienen voor toekomstige mixed-genderturnwedstrijden.
‘Wanneer je met nieuwe groepen werkt, moet je soms vernieuwen,’ zegt De Lugt. ‘Door die vernieuwing betrek je ook nieuwe mensen bij je sport. Dat is innovatie.’
Inclusie betekent in die benadering niet alleen dat mensen binnen een bestaande structuur mogen aansluiten. Soms moet een sportorganisatie bereid zijn de structuur zelf opnieuw te bekijken. Reglementen, categorieën of wedstrijdvormen kunnen mensen onbedoeld buitensluiten. Door die onderdelen te vernieuwen, kan een sport toegankelijker worden en zich tegelijkertijd verder ontwikkelen.
Praktische ondersteuning voor clubs
Op de website van Pride and Sports staan verschillende toolkits en praktische hulpmiddelen. Een voorbeeld is een inclusief inschrijfformulier dat verenigingen kunnen downloaden. Zo’n formulier lijkt een kleine verandering, maar geeft nieuwe leden direct een signaal over de manier waarop de club met verschillen wil omgaan.
Daarnaast wil de stichting de ondersteuning van verenigingen verder uitbreiden. Er lopen gesprekken met sportpsychologen en pedagogen over laagdrempelige trainingen voor bestuurders, trainers en andere vrijwilligers. Daarbij wordt gedacht aan digitale modules, certificaten en video’s met herkenbare situaties uit de sport.
De ambitie is ook om vaker bij clubs langs te gaan, gesprekken te ondersteunen en praktische kennis beschikbaar te stellen.

‘Inclusie is ontzettend leuk,’ zegt Wolf. ‘Als je eenmaal ziet wat het voor mensen betekent, wil je nooit meer anders.’
Voor een sportvereniging begint dat niet met de aanschaf van een vlag. Het begint met de bereidheid om de eigen club eerlijk onder de loep te nemen, leden en trainers bij het proces te betrekken en de gekozen koers ook na Pride vast te houden.